IndexIndex  PortalPortal  GebruikerslijstGebruikerslijst  RegistrerenRegistreren  InloggenInloggen  Panem  

Deel | 
 

 Seventeen scars [Open]

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Red

avatar

Aantal berichten : 167
Mockingjays : 15305
Registratiedatum : 11-08-13
Woonplaats : Earth

Panem ID
Naam: Redelia 'Red' Smith
District: 5
Partner: I am not afraid to love, I am just afraid of not being loved back

BerichtOnderwerp: Seventeen scars [Open]   zo aug 18, 2013 11:38 pm


I'm not afraid of the dark; I'm afraid of what's in it
Buiten adem plaatste Red haar voet op de laatste tree van de eindeloos lange trap. Ze bleef even staan, met de deurknop in haar hand, hijgend, naar lucht happend en op adem komend. Hoogtevrees. Het was iets nieuws voor haar die angst te overwinnen, maar het had haar zo lang belemmerd in zoveel dingen, dat ze het nu het juiste moment vond. Toen gooide ze haar lange, donkerbruine krullen over haar schouders en draaide de deurknop om.
De wind ving haar, met zoveel kracht dat ze zichzelf staande moest houden aan de rand van de deur. Ze schreeuwde. Haar schreeuw beving zoveel emotie, zoveel kracht dat de tranen haar niet alleen in de ogen stonden omdat de wind ze erin joeg. Zo voorzichtig mogelijk schuifelde Red enkele passen van de deur vandaan en toen ze dacht haar houvast gevonden te hebben, verflauwde haar greep. Een voor een liet een van haar vingers de deur los. Tot ze op eigen kracht op het smalle dak stond, de wind aan haar trok en haar vertelde dat ze hier niet moest zijn. Red glimlachte. Dit was waar ze het voor deed. Ze snel als haar benen dat toelieten, rende ze naar de rand van het dak en knielde neer. Toen ze over de rand naar beneden keek, moest ze zich steviger vasthouden dan ze had gedacht. Het duizelde om haar heen. Duizelig probeerde ze op te staan. Een bekend gevoel van afschuw en zenuwen bekroop haar en haar glimlach werd breder. Het gevoel dat ze kreeg als ze iets onmogelijks deed. Iets wat mensen haar altijd verteld hadden dat ze niet zou kunnen doen. Iets wat ze tegen zichzelf had gezegd dat ze nooit zou kunnen doen. Ze sloot haar ogen en snoof de geur op die er hing. Al haar zintuigen op scherp. Het rook naar een lentebui op het trottoir, bloesem maar tegelijkertijd rook ze ook een spoor van de sneeuw die de wintermaanden hadden achtergelaten. April was een erg wisselende maand. Net als haar persoonlijkheid. De geur zat goed. Vervolgens spitste ze haar oren. Het was stil. Ergens in de verte hoorde ze de schreeuw van een kat, het gezoem van de elektriciteitsdraden. Een glimlach verscheen op haar gezicht. Toen deed ze heel langzaam en voorzichtig haar ogen open. Het was donker, schemerde, maar ondanks dat zag ze scherp. Er stonden enkele lichten aan in de hoge appartementen en gebouwen waarin de elektriciteit geregeld werd. Toen ze een blik over de rand naar beneden waagde, beet ze zo hard op haar lip dat het naar ijzer begon te smaken en een scherpe pijn haar lip deed bonken. Ze veegde wat bloed van haar mondhoek en trok het toen in een scheve grijns. Ze glimlachte. Haar ritueel was compleet, nu alleen nog maar wachten...
Eindelijk piepte haar horloge. Half vier. Het tijdstip waarop ze geboren was. Zeventien. Eindelijk. Het voelde heerlijk om zeventien te zijn. Nog maar een jaar en dan was ze volwassen. Nog maar een jaar moest ze gespannen op het plein staan, doodsangst uitstaand voor die grote glazen bol. Nog maar een jaar en dan was de Spelen voorbij voor haar. Nog maar een jaar... Ze probeerde elk jaar, op haar verjaardag een van haar angsten te overwinnen. Als dit haar zou lukken zou ze goed op schema liggen. Het werkte opbouwend, haar grootste angst voor dit jaar was voor hoogtes. De enige angst waaraan ze dan nog zou moeten werken was die voor de Spelen. Maar nu was het geen tijdstip om daaraan te denken. Met een glimlach stond ze op. Ze klopte haar spijkerbroek af en liep weer naar de dakrand. De wind was in de tussentijd niet gaan liggen. Hij trok haar bruine haar alle kanten op. Ze slaakte een geïrriteerde zucht en slaagde erin het met een elastiek in een soort van knot achterop haar hoofd vast te maken, zodat het haar niet meer zou belemmeren in wat ze zou gaan doen. Adrenaline gierde door haar lijf en ze kon er niets aan doen dat het haar hardop deed lachen. "Hallo daar, bedankt voor je felicitatie." Fluisterde ze in zichzelf. Het gevoel gaf haar kracht, deed haar stevig op haar benen staan en bijna alle angst verbloemen. Ze werd niet meer zo duizelig als ze over de rand naar beneden keek, in ieder geval. Ze haalde het zakmes uit de zak van haar geruite blouse en klapte het uit. Ze hield het lemmet stevig vast, zodat het niet zou meebewegen met haar trillende handen. Ze telde de strepen van haar rechter pols naar beneden. Een, twee... zestien. Uiterst voorzichtig zette ze de punt van het mes aan de rechterkant en trok er een streep mee helemaal naar de andere kant van haar pols. Het deed haar geen pijn meer, ze was inmiddels gewend zich op die plek te snijden. Het zeventiende litteken glansde in het licht van de tl-buizen de aan weerskanten van de muur op het dak waren bevestigd en een scharlakenrode druppel welde eruit op. En vervolgens nog een en nog een. Totdat vrijwel haar hele onderarm bedekt was met de hypnotiserende kleur. Ze trok haar mouw over haar linker hand en veegde daarmee het bloed van haar pols. Nummer zeventien. Hij stond trots en fier op haar lichaam als haar eigen verjaardagscadeau. Haar mondhoeken trokken omhoog. "Bedankt dat je de moeite neemt het vreemde meisje met haar vreemde gebruiken te steunen." Fluisterde Red. Ze veegde wat vocht van haar voorhoofd, waardoor ook deze een rode stempel vertoonde. Ze deed dit al haar hele leven, een streep voor elke angst die ze had overwonnen, een litteken voor elk levensjaar. Ze was er mee begonnen toen ze negen was en had zichzelf toen in een keer negen keer beschadigd. Het had haar een goed gevoel gegeven en ze was er mee door gegaan, maar alleen maar eens per jaar. Niet meer. Niet minder.
Goed. Alles was klaar. Geregeld. Haar verjaardagsritueel was bijna voltooid, maar er moest nog een ding gebeuren. Ze keek nog eens over de rand. Nu duizelde het haar wel. Ze haalde diep en langzaam adem. In, uit, in, uit, in... Haar knieën trilden niet meer, maar bogen slechts enkele centimeters door toen ze zich afzette om te springen. Haar voeten maakten zich los van het asfalt op het dak. Ze sprong. Net toen ze haar uitademen begon, voelde ze een hand zich in haar blouse klauwen en eindigde het in een gil. Haar rug raakte de muur van het gebouw, maar de hand liet haar niet los. Hoe ver was ze gesprongen? Ze opende haar ogen. Onder haar was de straat en niets dan mogelijkheden om te pletter te vallen. Ze begon wild te spartelen en gilde de longen uit haar lijf. Ze slaagde er niet meer in haar ademhaling onder controle te houden en ze zocht hyperventilerend naar een mogelijkheid weer omhoog te komen. Als ze vanaf dit punt zou springen -of zou vallen- zou het haar zekere dood betekenen. In paniek zochten haar handen van alles om zich heen om houvast te bieden, maar de dakrand was al te ver weg om naar te grijpen en het enige wat haar nog vasthield was die hand... "Help me!" Schreeuwde ze tegen de persoon die haar steeds bleef vasthouden zonder iets te doen.
You'r my worst fear to conquer

_________________

Face the fears you're born with to face a peacfull death
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Liam

avatar

Aantal berichten : 36
Mockingjays : 14535
Registratiedatum : 23-08-13
Woonplaats : Doos

Panem ID
Naam: Liam Southwall
District: 5
Partner: Why do you fear me?

BerichtOnderwerp: Re: Seventeen scars [Open]   zo aug 25, 2013 5:26 am


I know everyone...
Liam slaakte een vermoede zucht en hield voor een aantal seconden halt. De trap was steiler dan hij had gedacht. Bij elke trede ervan, bonkte zijn hoofd en zijn hart, en dacht hij een zin. 'Waarom heb ik haar vertrouwd?' Nog een stap. 'Ze heeft me verraden...' En hij kon het niet stoppen. Elke trede en elke bonk bracht een herinnering en een mening mee over het voorval van vandaag. Hij schudde zijn hoofd en verbeterde zichzelf bij de volgende traptree. Gisteren, het was vijf voor half vier verteld zijn horloge hem. Hij had echt niet in de gaten gehad dat hij zo lang van huis was geweest. Zouden zijn ouders ongerust zijn? Zou zij ongerust zijn? Zijn ouders hadden een goede baan bij de elektriciteitscentrale, waardoor ze rijk waren, maar bijna nooit thuis. Tot zijn grote ergernis hadden ze een oppas voor hem geregeld. Een oppas. De irritatie die vrij kwam bij de volgende stap liet hem in een reflex zijn vuist tegen de leuning slaan. Hij trok zijn hand snel terug toen er een scherpe steek van pijn doorheen trok. Hij sloeg zijn andere hand ertegenaan en drukte ze tegen zijn borst, terwijl hij er niets aan kon doen dat er een enkele traan ontsnapten en over zijn wang rolden. Hij veegde ze verwoed weg en liep stug door. De volgende treden veranderde zijn irritatie in niets dan pure woede. Het meisje dat die taak dus op zich had genomen, Felicia, om een kort verhaal lang te maken, was erachter gekomen dat hij, hoewel hij het zelf pas kortgeleden had ontdekt, tijdens een avondje stappen met een jongen stond te zoenen. Hij balde zijn handen tot vuisten en kneep er zo hard in dat het bloed eruit wegtrok. Hij glimlachte, zonder humor. Zijn ouders zouden het nooit en nooit goedkeuren dat hij een andere geaardheid had dan de norm voorschreef. Nou, inmiddels alleen hun norm, want het was echt zo gek niet om homo te zijn. Maar het maakte niet uit, ze wisten het niet. Dacht hij, tot gisteren avond. Felicia had hem gerustgesteld en gezegd dat zijn geheim veilig zou zijn bij haar. Niet dus. Volgende tree. 'Vuile verrader die je bent!' De volgende trede liet ook niet achterwegen dat er een hoop scheldwoorden door zijn hoofd schoten over haar die liever niet herhaald worden. Maar ze had hem verraden, en dat was niet uitgelopen op een bepaald fijne confrontatie met zijn ouders gisterenavond. Zijn vader had tegen hem geschreeuwd dat hij zo nooit een goede baan zou krijgen, 'Patser' en zijn moeder had geen woord gezegd en hem alleen maar vuil aangekeken. Alsof ze zijn zoon niet meer was. Alsof hij besmet was met een akelige ziekte. 'Slet' Hij kneep zijn ogen stijf dicht. Mocht hij zulke belediging over zijn ouders uitspreken. Mochten zij zulke beledigingen over hem uitspreken? Hij had de neiging te schreeuwen totdat het hele district hem gehoord had, iedereen wakker was. Maar dat deed hij niet. In plaats daarvan liep hij stug door en duwde de gedachten weg als hij op een andere tree stapte. Hij was boven. Een voldaan gevoel nestelde zich in zijn borst, waarvan hij wist dat het niet snel zou loslaten. Hij opende zijn ogen. De wind overweldigde hem. Een kleine glimlach verscheen eindelijk na zoveel uren weer op zijn gezicht. Toen hij rondkeek hapte hij naar adem. Er was al iemand op het dak. Een meisje in een rode blouse en een spijkerbroek stond gevaarlijk dichtbij de dakrand iets te doen. Liam kon niet met zekerheid zeggen wat. Hij verborg zich achter het kleine muurtje dat de trap en het dak scheidde en keek toe. Had ze hem gehoord? Nee. Ze liet niets merken dat ze de onwetendheid dat ze alleen was verloren was. Misschien kwam het door de heftige wind. Misschien omdat ze zo geconcentreerd bezig was. Maar toch bleef hij zitten en bewoog niet, hij stak zijn hoofd alleen ver genoeg uit om haar te kunnen zien. Hij kreeg zowat een hartverzakking toen hij kon zien wat ze deed. Ze had een mes in haar hand, het heft stevig in haar hand, het lemmet in haar pols. Ze trok het mes naar de andere kant van haar pols. Geschrokken wendde Liam zijn hoofd af. Als er iets was waar hij niet tegen kon was het wel bloed, en zelfs seconden later, toen hij eindelijk weer durfde te kijken, stroomde het er nog in dikke druppels uit. Hij deed zijn best niet te kokhalzen en bleef het meisje bekijken. Hij had het gevoel dat hij moest blijven kijken, haar in de gaten moest houden. "Bedankt dat je de moeite neemt het vreemde meisje met haar vreemde gebruiken te steunen." De wind bracht haar stem mee. Tegen wie had ze het? Ze klonk niet verdrietig. Tegen zichzelf, tegen iemand beneden. Tegen niemand in het bijzonder? Liam slikte. Hij deed zijn ogen even dicht, lang genoeg dat het niet zomaar geknipper kon zijn. Toen hij zijn ogen weer open deed, had het meisje zich omgedraaid. Ze keek over de rand naar beneden. Hij werd er al misselijk van. Wat als ze uitgleed? Hij slikte de brok misselijkheid weg en richtte zijn blik scherp op haar. Liam zag haar borst rijzen en dalen en weer rijzen en dalen. Langzaam, alsof ze zich op iets voorbereidde. O nee. Een afgrijselijk gevoel van besef prikte zich in zijn borst. Hij hapte naar adem. Ze was helemaal niet van plan op het dak te blijven. Ze wilde niet per ongeluk uitglijden. Ze ging springen. Hij kon twee dingen doen, hij kon denken dat het hem niets kon schelen omdat hij het meisje niet kende en zich niet moest inlaten met haar waarschijnlijk rottige leven omdat dit haar keuze was en wegkijken, of hij kon haar proberen over te halen, haar terug slepen naar het leven waarvoor ze had gekozen te verlaten. Hij dacht niet na. Instinctief maar vooral impulsief koos hij voor het laatste, dacht niet na en sprintte naar de plek waar het meisje stond, haar knieën al gebogen, klaar om er een einde aan te maken. Het leek maar niet snel genoeg te gaan. Het leek alsof zijn benen kilometers moesten afleggen om bij haar te komen, alsof alles zich zoveel langzamere afspeelde dan mogelijk was. Zonder na te denken en puur op instinct, sloten zijn handen zich om haar middel, toen haar voeten niet meer op het dak waren. Zijn handen zochten wanhopig naar grip, maar gleden naar boven. Hij hoorde haar gillen. Hij had geen tijd om na te denken over wat hij nu moest doen. Het enige waar hij zich op richtte was haar hand. Niet haar wanhopige gegil. Niet dat ze terpletter zou vallen als hij nu niets deed. Haar hand, haar hand, haar... Zijn handen gleden steeds verder naar boven. Hij greep naar haar hand. Het enige wat hij wist vast te blijven houden waren haar vingers. Het meisje gilde nog eens, de tranen stonden haar in de ogen en ze begon uit pure paniek wild te spartelen. Haar vrije hand zocht naar iets waar ze zich aan kon staande houden, maar vonden niets. Liam hing al met zijn middel over de dakrand, wat hij tot nog toe helemaal niet beseft had en de dakrand was voor haar al helemaal te ver. Maar vallen was nog veel en veel verder... Wat moest hij doen? Zijn andere hand kon hij niet gebruiken, dat was hun enigen steun en als hij dat zou verbruiken zou het een zekere dood voor hen allebei betekenen. "Help me!" Schreeuwde ze. Hij kon niets doen. Zijn hand begon los te glijden van de hare. Het bloed wat haar arm helemaal rood gekleurd had, maakte hem duizelig en hij knipperde heftig met zijn ogen. Ze bleef maar spartelen, maar daar veroorzaakte ze alleen maar mee dat haar hand bij de zijne weggleed. Liam probeerde steeds naar grip te zoeken, maar telkens als hij het gevonden had, vergooide zij het weer. "Rustig!" Beet hij haar uit het niets toe, schreeuwend. Hij perste zijn lippen op elkaar en kneep zijn hand die de dakrand omklede zo ver mogelijk dicht als mogelijk was om een woede-uitbarsting te onderdrukken. Dat was het laatste wat hij nodig had. Hij had concentratie nodig. En bakken. Maar dat werkte niet als zij zijn hulp steeds afwees. Eindelijk had hij haar pols zo strak omklemd, dat ze zijn grip niet meer los kon krijgen door haar bewegingen en schoof hij langzaam op zijn buik terug over de dakrand, haar hand geen moment uit het oog verliezend. Er kwam door zijn greep alleen nog maar meer bloed haar pols uit gestroomd. Toen hij zijn hand los kon laten die nog altijd de dakrand omklemde, gebruikte hij die razendsnel om haar elleboog vast te pakken. En hij trok. Met alle kracht die hij in zich had, trok hij haar, liggend op zijn buik naar boven. Dat gaf haar de gelegenheid de dakrand vast te pakken. Langzaam en voorzichtig, met genoeg tegenkracht, stond hij op en trok haar naar boven. Toen stonden haar voeten weer op het dak. Liam slaakte een diepe zucht van opluchting toen ze allebei op hun rug op het dak vielen. Hijgend draaide hij zich om naar haar. En plotseling waren hun gezichten ijskoud dicht bij elkaar. Zo snel mogelijk draaide hij zich weer om en ging rechtop staan. Hij negeerde de sterretjes die daardoor voor zijn ogen dansten en stak zijn hand uit naar haar. "Het spijt me... Ik bedoel... Gaat alles wel goed?" Hij beet op zijn lip. Hij had helemaal geen tijd gehad om na te denken over wat hij had gedaan, wat hij zou doen. Wat als ze het helemaal niet op prijs stelde?
...No one knows me
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Red

avatar

Aantal berichten : 167
Mockingjays : 15305
Registratiedatum : 11-08-13
Woonplaats : Earth

Panem ID
Naam: Redelia 'Red' Smith
District: 5
Partner: I am not afraid to love, I am just afraid of not being loved back

BerichtOnderwerp: Re: Seventeen scars [Open]   zo sep 29, 2013 4:47 am


Ze kon het niet. Ze kon niet rustig blijven. Het enige wat ze voelde was de drang om te schreeuwen, de koude handen van paniek. Alles leek een dikke zwarte mist te bevatten, waar niets of niemand doorheen kon prikken. Ze kon niet stoppen met bewegen. De handen klemde zich stevig om haar polsen. "Rustig!" beet de bijbehorende stem haar plotseling toe. Nog een gil ontsnapte haar mond toen hij haar polsen zo stevig vast kneep dat ze haar pols bijna voelde breken. Ze kon zich nog met geen mogelijkheid loshalen uit de greep. Ze voelde een paar ogen in zich branden, terwijl ze plotseling een stukje omhoog werd getrokken. Was het verbeelding? Nee. Ze schaafde zich tegen de stenen muur. Met haar lippen hevig op elkaar geklemd liet ze zich naar boven slepen. Ze kneep haar ogen dicht en wenste vurig dat het zo snel mogelijk voorbij zou zijn. Toen voelde ze het koude, vochtige dak onder haar voeten. Toen verloren ze hun evenwicht en vielen beiden naar achteren. God dank. Red opende haar ogen, langzaam, zichzelf ervan vergewissend dat er geen enkele traan zou ontsnappen. Toen zag ze het gezicht dat bij de handen hoorde. Veel te dichtbij. Met een ongemakkelijke snelheid trok ze haar gezicht bij hem vandaan en rolde van hem af, waardoor ze met haar rug hard op het dak belandde. Ze bleef liggen, hijgend. Omhoog kijkend en proberend te bevatten wat er zojuist in hemelsnaam gebeurd was. De jongen stond op en ging naast haar staan. Ze keek hem niet aan. Ze bleef zich concentreren op het te snel rijzen en dalen van haar borst en naar de hemel kijken, die nu bijna tastbaar leek. Pas toen hij zijn hand naar haar uit stak voelde ze zich gedwongen om rechtop te gaan zitten en hem strak aan te kijken. De jongen had kort, donker haar en glinsterende, bruine ogen, waar ze hem maar in bleef aankijken. Zonder iets te zeggen of zonder zich te bewegen. De jongen doorsneed de luide stilte. "Het spijt me... Ik bedoel... Gaat alles wel goed?" Nog even keek ze hem aan, maar besloot toen haar mond open te doen. "Wat..." sprak ze langzaam, "...denk je? Dat het goed met me gaat? Man, ik was met iets belangrijks bezig en jij komt me bijna vermoorden. Bovendien weet ik zeker dat mijn pols is gebroken van je achterlijke gewik en geweeg." De woorden ontsnapte haar gewoon, zonder dat ze er ook maar een fractie van een seconde over na hoefde te denken. En nu zweeg ze, verwijtend naar zijn uitgestoken hand kijkend, die ze dus echt niet aan ging nemen of ging schudden of er wat dan ook mee doen wat zijn intentie ermee was geweest. "En nee, ik heb je hulp niet nodig." zei ze, terwijl ze opstond. Ze zou absoluut niet laten merken dat het zoveel pijn deed dat ze zou overwegen weer van het dak te springen maar dit keer zonder gepast doel. Ze zuchtte van de pijn, maar deed het van ergernis lijken. "Dus, doe me een lol, en steek je de volgende keer niet zo grof in dit soort zaken die niet tot jou behoren." Hij had natuurlijk gedacht dat zichzelf haar leven wilde ontnemen met de sprong, maar als hij haar niet had opgemerkt zou alles goed zijn gegaan. Dan was ze een gekneusde pols, schaafwonden en een sociaal contact waar ze helemaal geen zin in had armer.

_________________

Face the fears you're born with to face a peacfull death
Terug naar boven Go down
Profiel bekijken
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: Seventeen scars [Open]   

Terug naar boven Go down
 
Seventeen scars [Open]
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1
 Soortgelijke onderwerpen
-
» Damn umbrella.. {OPEN}
» Woud spreuken opzoeken.
» Naptime~[Open]
» Linn's Setjes {{Open!}}
» | Open || So why care for these petty obsessions? |

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Hongerspelen :: Panem :: District 5-
Ga naar: